protection of vulnerability (2022) ben ik op zoek gegaan naar de fragiliteit van angst en paniek binnen veilige plekken. Het werk is gemaakt tijdens mijn klinische crisis opname en thuis.

Een algemeen benauwend gevoel overviel mij de laatste tijd ontzettend, de spanningen in mijn hoofd liepen te hoog op dat er zelfs een fysieke uiting aan kwam. Ik was in de war met datum, tijd, werkelijkheid en gedachtes. Hierdoor ben ik 2 weken opgenomen in een kliniek. Hier ben ik als dagboek mijn omgeving en tijd daar gaan fotograferen.

Eenmaal thuis ging het onderzoek in dit dagboek verder en heb ik mezelf thuis geportretteerd, en hier de situatie vast te leggen om te zien wat de tijd met me deed. Ik zocht rust en zachtheid in de momenten dat ik op behandeling moest wachten

Door op plekken te fotografen waar ik me veilig en thuis voel (of hoor te voelen) juist mijn persoonlijke ongemakken zoals angst en paniek te fotograferen, is voor mij de key voor dit project geweest. Omdat je ook thuis overspoelt kunt raken door heftige gevoelens en in een dagboek ben je eerlijk naar jezelf over hoe je je voelt.

Alle energie die ik had zit in dit project. Door de vermoeidheid en conversie klachten (waardoor ik vaak tril, of zelfs slecht kan lopen), kostte elk beeld veel van me. Hierdoor vond ik het belangrijk om deze fragiliteit terug te laten komen in de drager. Door met verschillende soorten papier te werken wilde ik de beelden versterken. Elk beeld had zijn eigen lading en kon dus niet allemaal op 1 soort papier gedrukt worden.

De verschillende structuren in het papier zorgen ervoor dat de vezels van het papier goed te zien zijn, deze ‘imperfecties’ zorgen dat de prints uniek en persoonlijk zijn. Niet alleen in de uitwerking, maar ook in betekenis. Het maak proces heeft zich deels in de kliniek en thuis bevonden. Alles is thuis geprint, met de hand gesneden en afgewerkt.

De editie box geldt als een extra bescherming voor de kwetsbare prints, 4 ‘muren’ waarin de prints ook weer tijd zullen spenderen.

Het idee van de editie is dat het gedeeld wordt in de maatschappij en hierin rond kan gaan. In kleine oplage kunnen er meer boxen worden uitgebracht. Mensen mogen en kunnen zo het werk aanraken en voelen, dat is wat dit werk zo bijzonder maakt. Een normale reactie bij fotoprints, bij veel mensen, is om het wel aan te willen raken maar het niet durven. Die grens vervaagt nu. Doordat dit werk weer bij mensen thuis komt te staan wordt het een complete cirkel.

Editie nr 1

Rachel Goeman in conversatie met Pascalle Blokker

Datum: 21-01-2022

Titel werk: protection of vulnerability

Pascalle Blokker (PB): Hoe begin je met het maken van werk en denk je hierbij al aan de toeschouwer? Of is het meer iets wat je voor jezelf doet?

Rachel Goeman (RG): Ik denk dat elk beeld in deze serie is ontstaan vanuit een gevoel en dan vooral over verdriet, benauwing en een snak naar rust. Het werk is op twee verschillende plekken gemaakt. De plek van mijn klinische crisis opname en thuis. En ik denk dat ik tijdens de opname heb gefotografeerd tijdens momenten van ongemak en probeerde vast te leggen hoe het daar was. Bijvoorbeeld het beeld van de badkamer: ik dacht er niet aan om even fijn te gaan douchen. En de kikker fotografeerde ik toen ik even aan het wandelen was. Het is hier niet zo dat ik me een dode kikker voel, maar wel zonder gevoel ben ergens. Je bent ineens ergens op een nieuwe plek. En het stilleven op de grond, met de broek en de sokken: ik zag het liggen en schoot het in het moment zonder voorbedachte rade. En als ik me thuis verdrietig voelde of even wat eenzamer, moest ik dit moment vastleggen. Thuis was ik me bewuster van de toeschouwer. Tijdens mijn opname was ik er helemaal niet mee bezig, daar fotografeerde ik voor mezelf. Pas thuis dacht ik ‘O ja, daar kan ik misschien wel wat mee’.

PB: Als ik nu naar je beelden kijk is het net alsof, omdat je echt zo ligt, dat je voelt alsof je in een soort van staar zit—zo’n gevoel waarbij de omgeving heel belangrijk is.

RG: Ja klopt, dit zijn ook eigenlijk de enige twee plekken waar ik ben geweest afgelopen periode. Het benauwde gevoel wat ik soms voelde wilde ik vastleggen. Juist omdat er veel beelden zich binnen afspelen, wilde ik het klein houden. Het maakt ook niet per se uit welke plekken het zijn, maar je ziet wel dat er meer tijd is gespendeerd dan enkel een dag.

PB: Maar ik kan me juist wel voorstellen dat het uitmaakt welke plekken het zijn?

RG: Ja, maar niet met officiële naam, adres enzovoorts. Voor mij is het meer de plek van de klinische opname en thuis.

PB: Dat lijkt me dan zeker wel belangrijk.

RG: Ja, dat is het zeker.

PB: Ik had me de kliniek eigenlijk helemaal niet gerealiseerd, misschien wel bij het beeld van de badkamer, maar verder had ik het idee alsof alles ergens thuis was gemaakt om een of andere reden. En hoe heb je dan je onderzoek kunnen doen? Omdat het meer een soort gevoel is? Hoe staat het onderzoek centraal in wat je doet? Wat probeer je op welke manier te onderzoeken?

RG: Dat vind ik een goeie vraag, ik denk dat dit onderzoek verder gaat op mijn vorige project en het gevoel van thuis1. Daar zocht ik zowel veilige als onveilige plekken op verschillende manieren, maar nu ben gaan onderzoeken op momenten dat er niet veel was om aan vast te houden. Door alleen de twee plekken te fotograferen waar ik wel thuis en veilig moest zijn heb ik dat onderzocht. Ik heb mezelf alleen geportretteerd op momenten dat ik niet wist wat ik er mee aan moest, momenten waarop ik de wereld om mij heen meer negatief als positief zag. Daarin ben ik verder gegaan met het onderzoek, omdat ik in mijn vorige project ook mezelf portretteerde op fijne en rustige momenten en dat is iets wat ik nu niet heb gedaan.

Het is eigenlijk een dagboekje. Ik heb niet bewust gedacht; ‘op het einde wil ik zoveel foto’s hebben’, of ‘dit is precies waar het om moet gaan en dan ga ik er dit mee doen’. De beelden die je ziet, zijn portretten en momenten waarop ik enigszins energie had om te fotograferen. Het beeld met zonlicht op mijn been, dat was een moment waarop ik iets meer kon ademhalen, alsof ik meer lucht kreeg.

PB: Nee, en het zegt natuurlijk ook al veel dat je je alleen op dat moment goed genoeg voelde om een foto te maken. Als je dat weet, maakt het de beelden heel anders.

RG: Het is daarom ook wel dat sommige beelden onscherp zijn, omdat ik dan wel energie had, maar niet de kracht in mijn handen om de camera stevig vast te houden en ik wilde ook niets met een statief doen omdat ik dan teveel bezig ben met ‘het beeld’

en nu was ik bezig met mijn gevoel. Daarna heb ik ook vaak mijn camera weggelegd en zat er vaak een week of langer tussen voordat ik het beeld zag, waardoor ik ook bijna vergat welk beeld ik had gemaakt.

PB: Je ziet ook echt wel dat je een dagboekje aan het vastleggen was. Als je het zo verteld krijgt het allemaal ineens een andere betekenis.

RG: Ja, dat geloof ik wel.

PB: Ook voor mij nu, maar zeker voor iemand die helemaal niet bekend is met jouw werk. En wat betekent het dat het geprint is op het papier wat je hebt gekozen? Want dat is natuurlijk ook heel kwetsbaar.

RG: Ik kwam eigenlijk op het natuurpapier omdat het zo fragiel was, ik wist ook wel dat ik geen standaarddrager wilde. Ik wilde geen wit papier, want het zou de beelden tenietdoen. Als het op normaal papier wordt geprint krijgt mijn werk ook een andere betekenis. Dus ik zocht iets wat fragieler was. Ik heb gekozen voor 4 verschillende papier soorten, waarbij ik het belangrijk vond dat elk papier complementair was aan het beeld. Bij beelden met veel stoffelijkheid koos ik voor een wat gevezeld papier enzovoorts. Er zijn ook een paar beelden waar bloemetjes in verwerkt zijn, dit zorgt voor het romantische wat ik vaak in mijn werk zoek, maar juist doordat de afwerking van het papier nooit helemaal recht of perfect is maakt het ook heel kwetsbaar. Niets is recht afgesneden en alles is thuis geprint.

PB: Oh echt, oké.

RG: Ja, dus ook dat past binnen het gehele werk. Alles is binnen deze 4 muren fysiek gemaakt. Ik ben nu ook bezig om zelf een box te maken, waar de beelden in komen te liggen, als minihuis voor de prints. Er zit veel bescherming in de beelden zelf, veel kleding, veel zachte materialen en ik wilde ook dat je met het papier het dan zou kunnen voelen. Dus dat je de structuur van de huid zou kunnen voelen of dat je de wollige sokken zou kunnen voelen, dat vond ik belangrijk. Dat je het wel aan wilt raken, maar dat je het misschien niet durft aan te raken. Het niet aan durven raken zit hem voor mij ook wel in het onderwerp en in het thema omdat het voor mij symbolisch is voor gevoelens zoals in mijn geval verdriet en angst. Veel mensen houden vaak hun handen hiervan af omdat het kwetsbaar en fragiel is. Dit wel aankaarten en dus letterlijk tastbaar maken is precies wat ik met mijn werk wel doe.

PB: Ja, het is een statement wat je brengt, maar het is niet per se in je face omdat het nog wel zacht overkomt. Hoe langer je ernaar kijkt hoe meer het zich openbaart.

RG: Mooi dat je dat zegt. Ik denk ook wel dat er een bepaalde ongemakkelijkheid in zit omdat het heel persoonlijk is, normaal houd je dit bij andere mensen weg.

Het zijn op zich vrij weinig beelden en de volgorde van beelden maakt niet uit wat het intiem maakt, maar je kan het lezen als een verhaal. In dit verhaal zou de toeschouwer zichzelf of iemand anders kunnen herkennen.

PB: Ik vind het bij die kikker zo mooi, daar lijkt het echt alsof hij bijna verdrinkt in de blaadjes.

RG: Daarnaast is ook alles met de hand gesneden en door de conversie kan ik dat nu ook niet echt recht krijgen, dus veel randjes zijn scheef en steken er papiervezels uit. Eerst vond ik dat lastig omdat ik dacht dat de perfectie verloren was. Sommige beelden zijn ook bewogen en dus in dat opzicht niet perfect, maar als ik het nu allemaal zo samen zie had het ook nooit perfect gesneden moeten zijn, want dat was vreemd geweest. Ik denk dat dat meer het onderzoek is waar je me net over vroeg. Dat zit meer in de uitwerking dan in de beelden zelf.

PB: Ja, want uiteindelijk ben je veel meer bezig met de beelden fysiek maken dan het fotograferen zelf.

RG: Inderdaad.


PB: Zo word het ook weer een plek waar je naar terugkeert.


RG: Ja, precies.


PB: Voel je je anders tijdens het maken van dit project in vergelijking tot je vorige werk?

RG: Ik denk het wel, omdat ik vorig jaar nog echt op zoek was naar een bepaalde perfectie. Dat heb ik nu niet gehad. Nee, vorig jaar was ik daar echt nog wel mee bezig, keek ik meer naar het juiste licht, de scherpere foto. Toen zocht ik de beelden wel uit op hoe mooi ze waren. Dat heb ik nu gelaten voor wat het was omdat ik dat nu niet belangrijk vond.

PB: Het moment wat je ziet is dus meer een handeling van het maken?

RG: Ja klopt, ik had altijd wel een camera in de buurt, eentje in de woonkamer en eentje in de slaapkamer zodat ik er altijd snel bij kon. Met de energie die ik had maakte ik dan het beeld en dat was het enige dat ik had gedaan in een paar dagen.

PB: Het lijkt me ook voor jezelf wel fijn om dit nu te hebben.


RG: Ja, best wel eigenlijk.


PB: En de toeschouwer? Word dit een opening om het erover te hebben?

RG: Ik denk doordat het een intieme en persoonlijke serie is, dat mensen zich makkelijker in een situatie als deze kunnen herkennen. Tijdens en na mijn crisis opname voelde ik me vaak een beetje hulpeloos, wachtend op een nieuwe behandeling is heel vermoeiend en eng. Ik hoop dat de toeschouwer meer na kan gaan nadenken over hoe angst, verdriet en paniek zich ook op een veilig plek als thuis kan afspelen en wat daarachter kan zitten.

PB: Het is dan ook wel mooi dat je net zei dat je wil dat mensen het aanraken maar toch ook niet.

RG: Ja, ik denk ook wel dat het daar om gaat. De spanning van het aanraken of het juist laten voor wat het is.

PB: Ik vind het ook mooi dat je jou ziet, terwijl je tegelijkertijd wel en niet in de camera lijkt te kijken. En bij het beeld met je gordijn is het heel fijn dat we echt met jou mee kunnen kijken, alsof je daar dan zelf ook even bent.

RG: Ja, dat is ook bijna elke dag mijn uitzicht nu. Eerst dacht ik nog ‘had ik het bureau niet eerst op moeten ruimen’, maar daarna dacht ik ‘nee, want dit is wel echt hoe het nu is’.